Na het uitspreken van het Eucharistisch Gebed wordt de aanwezige gemeenschap uitgenodigd te bidden tot God, onze Vader. We openen zo het derde deel van de Dienst van de Tafel: de Communiedienst. We kiezen daarvoor de woorden die Jezus zelf ons heeft geleerd. Toen de apostelen Hem vroegen hoe ze moesten bidden, heeft Jezus hen dit gebed gegeven. Het gebed, – het Onze Vader – leidt ons direct weg van onszelf. Voordat wij onze behoeften uitspreken, bidden we: ‘Uw Koninkrijk kome, Uw Wil geschiede’. Het gebed trekt ons uit de kleine wereld van ‘ik’ en ‘mijn’ naar de veel grotere horizon van ‘wij’ en ‘ons’. Zelfs de eenvoudigste verzoeken herinneren ons aan onze afhankelijkheid van God: ‘Geef ons heden ons dagelijks brood.’ Elke ademhaling, elke maaltijd, elke genade is uiteindelijk een geschenk. Het gebed houdt ons geworteld in die nederige waarheid dat wij niet zelfvoorzienend zijn, maar geliefde kinderen die elke dag leven, gesteund door de zorg van de Vader en elkaars zorg. Aansluitend volgt het gebed om vrede. De priester wenst ons de vrede van de Heer toe en nodigt ons uit die vrede aan elkaar door te geven. In onze vieringen gebeurt het eigenlijk maar sporadisch dat we die vrede-wens met elkaar delen. Misschien is het een goede zaak om op de uitnodiging van de priester in te gaan en elkaar door een handdruk vrede toe te wensen, de vrede door te geven. Nu volgt de breking van het Brood. Aan dit gebaar hebben de leerlingen van Emmaüs de verrezen Heer herkend. In de oudste geloofsgemeenschappen werd de hele eucharistieviering ‘het breken van het Brood’ genoemd. Sint Paulus zegt daarover: ‘Omdat het brood één is, vormen wij samen één lichaam, want allen hebben wij deel aan het ene brood.’ Tijdens het breken van het brood wordt het ‘Lam Gods ’gezongen of gebeden. De priester breekt een stukje van de grote hostie en voegt het bij de geconsacreerde wijn in de kelk om te laten zien dat het Lichaam en Bloed van de Heer met elkaar verbonden is. In het volgende parochieblad staan we samen stil bij het ontvangen van de Heilige Communie en het slot van de eucharistieviering. J.P. Janssen, pr.
Geen categorie
EERSTE ENCYCLIEK VAN PAUS LEO XIV: Magnifica Humanitas
Op Tweede Pinksterdag verscheen de eerste encycliek van Paus Leo XIV. Een encycliek is een brief van de paus aan ‘alle mensen van goede wil’ . Zo’n pauselijk brief draagt meestal een titel in het Latijn. De titel wordt gevormd door de eerste woorden van de brief. Deze eerste encycliek heet: Magnifica Humanitas. Vertaald betekent dit: Prachtige Mensheid. Deze brief handelt over kunstmatige intelligentie en de bescherming van de mens in het tijdperk van de kunstmatige intelligentie.
Paus Leo stelt naast de mooie gebruiksmogelijkheden ook de gevaren van kunstmatige intelligentie (AI) aan de orde. In de ogen van de paus wordt daarmee mogelijk ook het voortbestaan van de mensheid zelf op het spel gezet.
Voor zijn encycliek heeft de paus geluisterd naar wetenschappers, ingenieurs, politici, ouders en leraren. Daarbij heeft hij begrepen dat AI–technologieën enorm veel leed kunnen verzachten en goed zijn voor de mensheid, maar ook zeer verontrustende gevolgen kunnen hebben. De paus wijst in dat verband op de mogelijkheden om met AI wapensystemen te ontwikkelen, die buiten iedere menselijke controle vallen. En veel mensen zullen geen stem hebben wanneer er beslissingen genomen worden in verband met AI, beslissingen die wellicht nieuwe vormen van uitsluiting en leed zullen veroorzaken.
We hebben vaker horen zeggen: ‘Het is waar, want het stond in de krant of we zagen het op de televisie.’ Maar publicatie van een bericht is geen waarmerk dat zo’n bericht ook daadwerkelijk waar is. Het verspreiden van desinformatie is niet ongebruikelijk geworden. De vraag zal steeds vaker worden: ‘Wat is waar of niet waar? En kun je erop vertrouwen?’
Begrijpelijk dat de paus zich daar zorgen over maakt. En wij waarschijnlijk met hem!
Wie een samenvatting van de encycliek wil ontvangen kan contact opnemen met past. J. P. Janssen. E-mail: janssen.janpieter@gmail.com of tel. 4331200.
J.P. Janssen, pr.
HET VIEREN VAN DE HEILIGE MIS (4)
We staan stil bij het tweede deel van de Dienst van de Tafel: het Eucharistisch Hooggebed.
Het Eucharistisch Hooggebed begint opnieuw met de wens ‘De Heer zij met U.’ Daarmee wordt aangegeven dat wij samen zijn gekomen in de naam van de Heer Jezus en denkend aan Zijn woorden: ‘Waar er twee of drie in Mijn Naam bijeen zijn, daar ben Ik in hun midden.’ Deze woorden van Jezus staan geschreven in het Mattheüs-evangelie. (Math. 18, 20).
In het begin van het Eucharistisch Hooggebed wordt God lof gebracht om Zijn grote daden aan de mensheid: aan de schepping en de verlossing. Dit gedeelte heet ‘prefatie’ en wordt afgesloten met de lofprijzing ‘Heilig, Heilig, Heilig de Heer, de God der Hemelse Machten.’
In het vervolg van het Eucharistisch Gebed strekt de priester de handen uit over de offergaven om de komst van de Heilige Geest af te smeken.
Centraal in het gebed klinken dan de woorden uit het instellingsverhaal. Dit zijn de woorden van de consecratie. De woorden die Jezus zelf uitsprak bij het Laatste Avondmaal: ‘Dit is Mijn Lichaam’ en ‘Dit is Mijn Bloed’. Dit betekent zonder meer: ‘Dit ben Ik, Christus zelf, gegeven voor u.’
Wij geloven met de hele Rooms Katholieke Kerk dat Jezus werkelijk aanwezig is. De Kerk bevestigt tot op vandaag dat brood en wijn door de werking van de Heilige Geest werkelijk en wezenlijk veranderd zijn in het Lichaam en Bloed van Christus, alhoewel we met onze zintuigen brood en wijn blijven zien.
Na het ter aanbidding tonen van de Heilige Hostie en de Beker, nodigt de priester ons uit met elkaar dat geloof te bevestigen: ‘Heer Jezus, wij verkondigen uw dood en wij belijden tot Gij wederkeert, dat Gij verrezen zijt.’
Daarna gaat het gebed verder en biedt de priester in Jezus’ Naam het offer aan God, de Vader, aan en er volgt een tweede smeekgebed tot de Heilige Geest: ‘Zend nu, Vader, de Trooster en Helper, in ons midden, uw Heilige Geest. Wek de gezindheid van Jezus Christus in ons hart. Sterk ons vertrouwen, verruim onze liefde. Raak ons met het vuur van uw Geest en breng ons elkaar nabij.’ Naar het einde van het Eucharistisch Gebed toe wordt gebeden om voorspraak: voor de Kerk onder leiding van de paus, de bisschoppen en de priesters; We bidden voor alle levende mensen en voor de aanwezige gemeenschap. We gedenken ook onze overledenen, degenen die ons ontvallen zijn. Wij doen dat op voorspraak van de Heilige Maagd Maria, van Sint Jozef, van de patroonheiligen van onze parochie. Vaak denken we daarbij ook aan de heilige van wie die dag de gedachtenis gevierd mag worden.
Het gebed eindigt met een plechtige dankzegging: ‘Door Hem en met Hem en in Hem zal uw Naam geprezen zijn, Heer onze God, almachtige Vader, in de eenheid van de heilige Geest, hier en nu en tot in eeuwigheid.’
De bevestiging van die dankzegging drukt de gemeenschap uit door ‘Amen’ ‘Het is zo!’
J.P. Janssen, pr.
HET VIEREN VAN DE HEILIGE MIS (2.)
Na de opening van de dienst, zoals beschreven in het januarinummer van ons parochieblad, gaat de Heilige Mis verder met de Dienst van het Woord.
In de dienst van het Woord spreekt de Heer ons aan. Zijn woorden klinken in de teksten uit de Bijbel.
In de zondagse liturgie kunnen drie lezingen uit de Heilige Schrift gelezen worden: een lezing uit het Oude Testament, een lezing uit het Nieuwe Testament en een lezing uit het Heilig Evangelie. In ons parochiecluster kiezen we in het weekend geen drie, maar twee lezingen. Doorgaans is het een lezing uit het Oude Testament en een evangelielezing. Deze keuze wordt gemaakt omdat deze lezingen vaak beter op elkaar aansluiten. Tussen de eerste lezing en de tekst uit het evangelie klinkt de tussenzang. Wanneer een koor de dienst opluistert komt deze tussenzang vaak voor hun rekening. Bij volkszang zingt de gemeenschap een lied tussen de lezingen. Ook is het gebruikelijk om in Heilige Missen zonder muziek dat de psalm gebeden wordt door de lectrice of de lector. De gemeenschap bidt dan telkens de antifoon – het refrein – afwisselend met degene die de lezing verzorgt.
Daarna volgt het Alleluja – vers., waarin een woord uit het Evangelie klinkt.
Zowel de eerste lezing als de voorbeden in de dienst zijn voorbehouden aan iemand uit de gemeenschap van gelovigen.
Deze taak is uitdrukkelijk bestemd voor een lectrice of een lector en niet voor een gewijde ambtsdrager. Daarmee wordt ook aangegeven dat het vieren van de Eucharistie een gebeuren is van en voor de hele geloofsgemeenschap. Voor het Tweede Vaticaans concilie was er weinig afwisseling in de lezingen van de zondagen. Er werd jaarlijks een vast programma gevolgd. Daar heeft het concilie verandering in gebracht. We kennen nu een cyclus van drie jaren waarin alle evangelieteksten gelezen worden. In het A- jaar lezen we uit het Mattheüs–evangelie. In jaar B staat Marcus op het programma en in het C-jaar Lucas. De teksten uit het Johannes–evangelie zijn gespreid over de drie jaren, meestal rond Kerstmis, de Veertigdagentijd en de Paastijd. Op weekdagen volgt de liturgie een tweejaarlijkse cyclus. In plechtige Heilige Missen wordt – na de aankondiging van het Heilig Evangelie – het evangelieboek bewierookt. Dat gebeurt uit eerbied voor het woord van God. Uit respect voor Gods Woord gaat de geloofsgemeenschap ook staan bij het beluisteren van de tekst uit het Heilig Evangelie. Nu volgt in de preek de uitleg van de teksten uit de Heilige Schrift en wordt gezocht naar mogelijkheden hoe we deze teksten in ons eigen leven vorm kunnen geven. De preek wil ons helpen de Bijbel goed te verstaan en in praktijk te brengen. In de weekendvieringen worden we nu uitgenodigd om staande de geloofsbelijdenis te bidden of te zingen. We doen dat samen als gemeenschap, die heel uitdrukkelijk wil uitspreken wat zij belijdt .De dienst van het woord wordt afgesloten door de voorbeden: de gebeden van en voor de gemeenschap. Bij iedere voorbede wordt de gebedsintentie aangekondigd en volgt na een korte stilte het gebed. Er is een bepaalde volgorde te ontdekken in de voorbeden. Allereerst bidden we voor de noden van de geloofsgemeenschap. Daarna bidden we voor de noden van de wereld en daarna voor de persoonlijke noden, wensen en intenties. Iedere voorbede wordt door de gemeenschap beantwoord met de woorden: ‘Heer, onze God, wij bidden U, verhoor ons’. Het slotgebed sluit de litanie van deze gebeden af. De volgende keer komt ‘De dienst van de Tafel’ aan de orde.
J.P.Janssen, pr.
HET VIEREN VAN DE HEILIGE MIS (3)
Na de ritus van de opening en na de dienst van het Woord volgt in de Heilige Mis nu de dienst van de Tafel. De dienst van de Tafel kun je in drie delen verdelen. Allereerst de bereiding van de Gaven, daarna volgt het Eucharistisch Hooggebed en vervolgens de Communiedienst.
We staan in deze serie teksten stil bij het eerste deel van de dienst van de Tafel: de offerande, het bereiden van de gaven. Wanneer Jezus bij het Laatste Avondmaal vraagt: ‘Blijf dit doen om Mij te gedenken,’ dan doen we dat in de H. Mis zoals Hij het gevraagd heeft. We handelen zoals Jezus handelde bij het Laatste Avondmaal: Jezus nam het brood en de beker met wijn. Jezus sprak de dankzegging uit. Jezus gaf het brood en de beker.
Bij het begin van de dienst van de Tafel verplaatst de aandacht zich van de lezenaar naar het altaar. De gaven van brood en wijn worden naar het altaar gebracht. Soms wordt er dan een lied gezongen. De priester neemt het brood en draagt het aan God op. Er klinkt een gebed, waarmee de gelovige gemeenschap instemt: Gezegend zijt Gij, God, in alle eeuwen.
Ook de beker wordt klaargemaakt: de wijn wordt vermengd met een beetje water. Dit verwijst naar het feit dat Jezus mens geworden is en ons mens-zijn deelt. Wij mogen daardoor er ook op vertrouwen dat wij op onze beurt deel mogen nemen aan Zijn eeuwig leven. Bij het opdragen van de beker wijn aan God wordt ook een gebed gezegd waarmee de gelovige gemeenschap instemt: Gezegend zijt Gij, God, in alle eeuwen.
In plechtige Heilige Missen wordt wierook gebruikt, ook bij de offerande. Allereerst worden dan de gaven van brood en wijn bewierookt. Daarna wordt het altaar en de plaats waar het altaar staat bewierookt. Door ook het Kruis te bewieroken wordt duidelijk gemaakt aan wie het Heilig Misoffer wordt opgedragen: aan Gods Zoon, de gekruisigde.
Tenslotte wordt ook de gelovige gemeenschap bewierookt. Dat zijn degenen die het offer aan God aanbieden. Door deze bewieroking willen we dat de gaven zelf, de plaats van het offer, degene aan wie we de gaven opdragen en degenen die het offer willen opdragen, worden geheiligd. Om de deelname aan het offer verder in te vullen is er ook een collecte om de noden van de armen en van de parochiegemeenschap te lenigen. Daarmee wordt aangegeven dat de gelovige gemeenschap daadwerkelijk bijdraagt aan het offer dat de Heilige Mis wil zijn. Dan vraagt de priester aan de gelovigen mee te doen en te vragen of God ons offer wil aanvaarden: Bidt, zusters en broeders, dat ons offer aanvaard kan worden door God, de almachtige Vader. Daar stemt de gemeenschap mee in:
Moge de Heer het offer uit onze handen aannemen tot lof en eer van zijn naam en tot welzijn van ons en van heel zijn heilige Kerk. Met het gebed dat de priester dan uitspreekt over de gaven, wordt de offerande afgesloten. In de volgende aflevering van het parochieblad besteden we aandacht aan het tweede deel van de Dienst van de Tafel: Het Eucharistisch Hooggebed. J.P. Janssen, pr.
HET VIEREN VAN DE HEILIGE MIS (1)
In het parochieblad maken we een begin met een reeks teksten over de uitleg van de Heilige Mis. U kunt nu en in de komende nummers lezen hoe de Heilige Mis opgebouwd is en welke betekenis de handelingen hebben die we stellen bij de viering. Het belangrijkste van alle zeven sacramenten is de Eucharistie omdat Jezus zelf daar onder ons aanwezig komt in de gedaante van brood en wijn, Zijn Lichaam en Zijn Bloed. Zo komt de Heer werkelijk in ons midden. De Joden kenden het Paasmaal waarin de herinnering werd levend gehouden aan de bevrijding en uittocht uit de slavernij. Het Joodse volk werd als slaven gebruikt en onderdrukt in Egypte. Onder leiding van Mozes werd met Gods hulp de bevrijding bewerkstelligd. Op de avond voor de bevrijding en de tocht naar het Beloofde Land werd een maaltijd gehouden om gesterkt aan de lange reis te kunnen beginnen. Aan deze maaltijd ging een ritueel vooraf. Er werd een lam geslacht en gebraden. Het bloed van het lam werd op de deurposten gestreken zodat men wist waar de joodse families woonden. De Engel des Doods, die de Egyptenaren trof, ging daardoor aan de woningen van de Israëlieten voorbij. Bij de maaltijd moest het lam helemaal opgegeten worden om te voorkomen dat voedsel, dat aan bederf onderhevig was, meegenomen werd op de reis. Ook werd er brood bij gegeten dat ongedesemd was en daardoor langer houdbaar. De bittere kruiden bij het Paasmaal herinnerden aan de bittere tijd in Egypte. Wanneer wij de eucharistie vieren houden ook wij een maaltijd, gebaseerd op het Joodse Paasmaal en op het Laatste Avondmaal van Jezus met Zijn leerlingen. Trouw aan de Heer komen christenen op de eerste dag van de week samen om de eucharistie te vieren. Ze geven gehoor aan de opdracht van Jezus zelf: ‘Blijft dit doen om Mij te gedenken.’ Iedere eucharistie is de gedachtenis van Pasen: een teken van hoop, een voorproef op de deelname aan het eeuwige leven. Opening van de dienst: Iedere eucharistieviering begint met het kruisteken. De kortste geloofsbelijdenis die we kennen, maar ook wordt hiermee aangegeven dat alles gebeurt in de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Daarna worden de aanwezigen begroet en welkom geheten. Dan klinkt: De Heer zij met u. Daarmee wordt aangegeven dat de Heer te midden van de gelovige gemeenschap aanwezig komt. Om als gelovige gemeenschap ons samenzijn waardig te laten zijn als echte dienst aan God en aan elkaar, vragen we vergeving voor ons kwaad in de schuldbelijdenis. Daarbij komt de eerste vraag aan God over onze lippen: ‘ Heer ontferm U over ons’ , waarmee we uitdrukken dat we beseffen dat we Gods ontferming nodig hebben. Dankbaar wordt daarna het Gloria gebeden of gezongen om God de eer te brengen die Hem toekomt. Vervolgens nodigt de priester ons uit om te bidden. In het openingsgebed klinkt de oproep door om ontvankelijk te zijn voor het Woord van God, dat klinkt in de Dienst van het Woord.
J.P .Janssen, pr.ass.