HET VIEREN VAN DE HEILIGE MIS (5)

Na het uitspreken van het Eucharistisch Gebed wordt de aanwezige gemeenschap uitgenodigd te bidden tot God, onze Vader. We openen zo het derde deel van de Dienst van de Tafel: de Communiedienst. We kiezen daarvoor de woorden die Jezus zelf ons heeft geleerd. Toen de apostelen Hem vroegen hoe ze moesten bidden, heeft Jezus hen dit gebed gegeven. Het gebed, – het Onze Vader – leidt ons direct weg van onszelf. Voordat wij onze behoeften uitspreken, bidden we: ‘Uw Koninkrijk kome, Uw Wil geschiede’. Het gebed trekt ons uit de kleine wereld van ‘ik’ en ‘mijn’ naar de veel grotere horizon van ‘wij’ en ‘ons’. Zelfs de eenvoudigste verzoeken herinneren ons aan onze afhankelijkheid van God: ‘Geef ons heden ons dagelijks brood.’ Elke ademhaling, elke maaltijd, elke genade is uiteindelijk een geschenk. Het gebed houdt ons geworteld in die nederige waarheid dat wij niet zelfvoorzienend zijn, maar geliefde kinderen die elke dag leven, gesteund door de zorg van de Vader en elkaars zorg. Aansluitend volgt het gebed om vrede. De priester wenst ons de vrede van de Heer toe en nodigt ons uit die vrede aan elkaar door te geven. In onze vieringen gebeurt het eigenlijk maar sporadisch dat we die vrede-wens met elkaar delen. Misschien is het een goede zaak om op de uitnodiging van de priester in te gaan en elkaar door een handdruk vrede toe te wensen, de vrede door te geven. Nu volgt de breking van het Brood. Aan dit gebaar hebben de leerlingen van Emmaüs de verrezen Heer herkend. In de oudste geloofsgemeenschappen werd de hele eucharistieviering ‘het breken van het Brood’ genoemd. Sint Paulus zegt daarover: ‘Omdat het brood één is, vormen wij samen één lichaam, want allen hebben wij deel aan het ene brood.’ Tijdens het breken van het brood wordt het ‘Lam Gods ’gezongen of gebeden. De priester breekt een stukje van de grote hostie en voegt het bij de geconsacreerde wijn in de kelk om te laten zien dat het Lichaam en Bloed van de Heer met elkaar verbonden is. In het volgende parochieblad staan we samen stil bij het ontvangen van de Heilige Communie en het slot van de eucharistieviering. J.P. Janssen, pr.