VASTENACTIE 2026… EEN VROUW UIT PANDO AAN HET WOORD

Dit jaar vraagt de Vastenactie onze aandacht en onze hulp voor het pastorale werk in gevangenissen van het district Pando in Bolivia. Een van de vrijwilligsters van het Bisdom Pando willen we aan het woord laten:
Maria Cruz is mijn naam. Al 22 jaar ben ik betrokken bij het pastorale werk van het bisdom in de gevangenissen van Pando. Dagelijks rijd ik met mijn echtgenoot Francisco naar ‘mijn jongens’ ofschoon mijn gezondheid niet optimaal is. Om eten te brengen. Om te helpen bij het regelen van de juiste papieren voor hun rechtszaak. Om te luisteren of om een fikse uitbrander te geven. Kortom: om een moeder te zijn waar andere moeders niet kunnen komen.’
Al van jongs af aan wordt Maria Cruz liefkozend ‘Pincha’ genoemd, een verbastering van het Spaanse woord voor prinsesje, en dat is ook zoals de ‘jongens’ in de gevangenis van Pando haar noemen. Ze herinnert zich nog goed dat ze voor eerst meeging, op uitnodiging van een zuster die ze kende uit haar parochie. ‘Ik was zenuwachtig, was bang dat ik beroofd zou worden en zou worden lastiggevallen of zelfs aangevallen.’ Het tegendeel bleek waar. ‘Ik ontmoette hier geen slechte, gevaarlijke mensen. Ja, mensen die fouten hebben gemaakt. Ze waren allemaal even vriendelijk voor me en dat is nog steeds zo. Ze zorgen voor me en beschouwen me als een moeder. Ik zag hier menselijkheid en ze hebben mijn hart gestolen. Dus ben ik gebleven. Als moeder bekommer je je altijd extra om de kleinste, de zwakste. Het kind dat je het meeste nodig heeft. En dat zijn zij!’
Overigens wil dat niet zeggen dat Pincha zich alles laat welgevallen: ‘Ik heb duidelijke grenzen. Die duidelijkheid helpt in onze relatie en de ‘jongens’ respecteren het. En af en toe grijp ik iemand bij zijn oor of krijgt hij een pak voor de broek. Als ze weten dat ze fout zaten, komen ze soms zelf al met een stok aan…!’
Ze wil alles geven en alles proberen op te lossen, maar vaak is dat onmogelijk. Zij vindt het heel belangrijk dat de gedetineerden de mogelijkheid krijgen om hun school af te maken of een vakopleiding te volgen. Dat geeft ze veel meer kansen om goed te kunnen terugkeren in de samenleving en voor hun gezinnen te zorgen. Dat is ook wat ze tegen haar zeggen: ‘We willen een toekomst en voor onze kinderen zorgen.’ Een andere zorg van Pincha is het gebrek aan voedsel in de gevangenissen. Gedetineerden krijgen in Bolivia ongeveer 1 euro per dag en daarvan moeten ze zichzelf onderhouden. Dat geld is nu al maanden niet uitbetaald en dus zijn de gedetineerden afhankelijk wat de familie komt brengen of van de Kerk. Onlangs hebben twee jongens brood gestolen van anderen. Ze zijn toen verschrikkelijk in elkaar geslagen, maar dat hadden ze ervoor over zeiden ze. Ze werden liever doodgeslagen dan dat ze doodgingen van de honger. Pincha blijft ondanks haar slechte gezondheid zorgen voor ‘haar jongens’. Omdat ze hen iets anders gunt. Ze zegt: ‘Er is in de gevangenis niets te doen en dat is misschien nog wel het ergste. Er is niets om naar uit te kijken, alles is altijd hetzelfde. Er is geen enkele hoop. Daarom blijf ik me voor hen inzetten, zo lang als ik het volhoud.’
We kunnen Pincha steunen in haar werk door bij te dragen aan de Vastenactie. Wie de onverschilligheid achter zich laat, is met Pasen een ander mens!
J-P Janssen, pr