Meimaand – Mariamaand (2)

Naar mijn inschatting is een afbeelding van Maria de meest voorkomende afbeelding in de religieuze kunst. Niemand durft te schatten hoeveel schilderijen en beelden of beeldjes er zijn, die
de afbeelding van Maria laten zien. Maar het zijn er ontelbaar veel.  Je kunt je afvragen hoe dat komt. Waarom spreekt Maria zo aan?
Als ik daarover nadenk, geloof ik dat het komt omdat Maria herkenbaar is voor ons, mensen. Het beeld van een hemelse moeder is herkenbaar omdat we allemaal kennis hebben van onze aardse moeder. Voor velen is dat beeld een vertrouwd beeld van liefde, van zorg en aandacht.
Naast de menselijke ervaringen die Maria als onze moeder oproept speelt haar voorbeeld een grote rol. Niet dat zij zelf ervoor kiest om in de belangstelling te staan. Nee, in alles wat zij doet en zegt verwijst zij ons naar Jezus, haar Zoon. Om Hem en om Zijn boodschap van Gods liefde voor de mensen, daar is het om te doen. Maria is ons behulpzaam op die weg naar Jezus. Zonder de komst van Jezus – Gods mensgeworden Zoon – in onze wereld, zou er nooit over Maria gesproken zijn. Wanneer Jezus niet geboren was als mens onder de mensen, zouden we nooit iets over Maria gehoord hebben.
Behulpzaam is Maria voor ons door haar geloof. Wanneer de engel Gabriël haar de boodschap van Gods uitverkiezing brengt, is Maria in eerste instantie met stomheid geslagen: ‘ Hoe moet dit
dan? Ik heb geen omgang met een man! ‘ De engel maakt haar duidelijk dat het Gods plan is en dat de Heilige Geest er bij betrokken is. Overtuigd van Gods goede bedoelingen durft zij volmondig te zeggen: ‘Ik wil God dienen. Laat er met mij gebeuren wat u gezegd hebt.’
Deze toezegging van Maria’s medewerking aan Gods plannen getuigt van haar geloof. Ook al kent ze niet alle details, zij vertrouwt op het goede van Gods bedoelingen. Maria is voor ons een voorbeeld, een hulp in geloof, omdat zij de eerste is van alle gelovigen die Jezus, de Mensenzoon, wil volgen.
Dat geloof wordt ook zichtbaar op de bruiloft in Kana. Zij heeft weet van de problemen die er spelen en de dreiging dat de bruiloft te vroeg moet eindigen. Omdat zij gelooft in Jezus kan zij de
knechten zeggen: ‘Doe maar wat Hij u zeggen zal.’ Het is het eerste wonderteken dat Jezus verricht. Maar nog het werkelijkheid wordt, gelooft Maria in datgene wat Jezus bewerkt. Zij gelooft in Zijn betrokkenheid bij het lief en leed van de mensen. Ook in Zijn betrokkenheid bij ons lief en leed. Daarom kunnen we Maria vragen ook voor ons ten beste te spreken en onze zorgen én onze dankbaarheid bij Jezus te brengen.
Als moeder nodigt ze ons uit: ‘Zeg het me maar… vertel maar wat je dwars zit en waar je aandacht voor vraagt. Spreek het maar uit. Ik zal het overbrengen aan mijn Zoon.’
Dat schept een band van vertrouwen tussen Maria en ons.
J.P. Janssen, pr.ass